Het weerbericht, in het Spaans “el Tiempo” wordt door veel mensen gevolgd en dan is het handig dat men begrijpt wat men in Spanje zegt tijdens het weerbericht op televisie. Dat kan men bekijken op LA1 om 15.50-16.00.
Daarom volgen er hierna een aantal veelgebruikte Spaanse woorden met hun Nederlandse vertaling en hun bijhorende omschrijving.
- Regen in het weerbericht
- Indeling van de regen
- Soorten neerslag
- Soorten stormen
- Soorten bliksem
1. Regen in het weerbericht
In Spanje is er ook een weerbericht op televisie, op teletekst, in de krant enz.…. Om u te helpen de gebruikte termen te begrijpen volgen hierna de woorden die men gebruikt bij een weervoorspelling met regen.
Regen is, net als sneeuw (ijskristallen) en hagel (kleine, gelaagde ijsklompen), een vorm van neerslag. Samen wordt dit ook wel hemelwater genoemd. Regen speelt een belangrijke rol bij de water-cyclus op aarde: water uit de oceanen verdampt, condenseert in de vorm van wolken, valt op het aardoppervlak neer in één van de vormen van neerslag, en komt uiteindelijk terug in de oceaan via de wind en rivieren om opnieuw aan de cyclus te beginnen.
2. Indeling van de regen
De indeling kan wijzigen maar we onderscheiden twee grote vormen: volgens intensiviteit en volgens de classificatie van de neerslag.
Volgens intensiteit: dit wordt gewoonlijk weergegeven door de hoeveelheid neerslag per uur of volgens de meest bekende manier van meten, millimeter per uur. Zo identificeren we de volgende varianten:
- Débiles/zwak: minder dan 2 mm/u
- Moderadas/gematigd: tussen 2 en 15 mm/u
- Fuertes/hevig: tussen 15 en 30 mm/u
- Muy fuertes/heel hevig: tussen 30 en 60 mm/u
- Torrenciales/stortregen: meer dan 60 mm/u
Volgens de classificatie van de neerslag : termen die door de bevolking gebruikt worden.
- Lluvia/regen: met dit woord omschrijft men elke vorm van neerslag. De intensiteit speelt hierbij geen rol maar meestal gebruikt men dit woord voor een zwakke of gematigde neerslag.
- Llovizna of garua/motregen: De regen is zeer zwak, de druppels zijn zeer klein en dragen een kleine waterhoeveelheid en ze worden verstuift door de wind.
- Chubascos/stortbui: maar ook bekend als chaparrón. Dit soort regen duurt niet lang en de intensiteit ligt tussen gematigd en hevig. Deze stortbui gaat meestal samen met een sterke wind.
- Tormenta eléctrica/onweer: dit soort van neerslag gaat samen met donder, bliksem en neerslag die hevig tot zeer hevig is. Verder kan er hagel en hevige winden het onweer vergezellen. Soms kan er enkel een motregen of zelfs geen regen zijn, enkel donder, bliksem en wind en dan spreken we van een tormentas secas/droog onweer.
- Aguacero/plensbui: maar men zegt ook “lluvia pasajera” en dat is een omschrijving voor hevige neerslag van korte duur. De hoeveelheid regen die plaatselijk neerslaat is groot gelet op de hoeveelheid en de korte periode.
- Monzón/moesson: dit komt in Spanje niet voor maar is eerder voor landen met een heet en vochtig klimaat in de buurt van de Indische Oceaan en het zuiden van Azië. Dit soort regen kan men omschrijven als neerslag met een grote intensiteit van lange duur en vergezeld van hevige winden.
- Manga de agua of tromba/waterhoos: Dit weerkundig fenomeen is uitzonderlijk. Het bestaat uit een lichte regen met sterke winden die de vorm van een werveling maken.
- Rocío/dauw: Dit is een vorm van neerslag zonder echt regen te zijn. Zijn neerslag is er tijdens koude, heldere nachten. ’s Ochtends kunnen we de dauw op de natte grond zien. In de winter, wanneer de temperaturen onder nul zijn, vriest dauw aan en krijgen we ijsvorming.
3. Soorten neerslag
3.1 Wat is neerslag?
Neerslag is een verzameling waterdeeltjes die uit een wolk of een groep van wolken valt en het aardoppervlak bereikt. De waterdeeltjes kunnen zowel vast als vloeibaar zijn en kristalvormig of amorf, meer specifiek regen, hagel, mist, korrelhagel, ijsregen en sneeuw. Neerslag is mogelijk doordat water verdampt in de atmosfeer om daarna te condenseren in wolken. Het is daarmee een belangrijk onderdeel van de waterkringloop.
De hoeveelheid water in de atmosfeer is beperkt en varieert tussen 0,001 en zo’n 5%, maar is wel van grote invloed op het weer en de energiebalans. De hoeveelheid neemt af met de hoogte, zodat vrijwel al het water in de dampkring zich bevindt in de troposfeer.
Neerslag is ook het belangrijkste verwijderingsmechanisme van luchtverontreiniging. Zo’n 80-90% daarvan vindt plaats via natte verwijdering.
3.2 Soorten neerslag
Lluvia/regen: dit aludeert op het neervallen van druppels water uit de hemel, de mate en de intensiteit zijn afhankelijk van een aantal factoren zoals de temperatuur en de vochtigheid. De verschillen worden in elk geval gegeven door de hoeveelheid en de grootte van de druppels gemeten in milliliter per minuut.
Llovizna/motregen: dit is afgeleid van het vorige begrip omdat het refereert naar de afzetting van kleine druppels. Normaal zijn zij een fenomeen dat voorafgaat of volgt op een regenbui. Motregen wordt beschouwd als van minder belangrijkheid en de gevolgen zijn veel minder dramatisch.
Nieve/sneeuw: in tegenstelling tot het voorgaande wordt deze neerslag beschouwd als van het vaste type en valt het onder de eigenschappen van de vaste lichamen. Sneeuw zijn kristallen van zeshoekige vorm die neerdwarrelen en een witte bedekking op de grond vormen. Om sneeuw te hebben moeten bepaalde condities vervuld worden zoals een temperatuur van minus nul en een mate van luchtvochtigheid die lager dan gewoonlijk is.
Granizo/hagel: deze neerslag is ook van het vaste type en het refereert naar de neerslag van stukjes ijs van verschillende grote. De structuur van de hagel is relatief variabel wat betreft glans, ondoorschijnendheid en doorzichtigheid en zijn vorm is onregelmatig.
Neviscas/lichte sneeuwval: dit is een lichte sneeuwval, het is te zeggen sneeuwval met een kleine samenhang.
4. Soorten stormen
4.1 Wat is een storm?
Vanuit wetenschappelijk oogpunt kennen we een storm als een grote meteorologische vertoring die een fysiek effect op het aardoppervlak. Zware regenval, sneeuwval, wisselvalligheid van de omgeving vergezeld van donder en bliksem zijn de meest voorkomende tekenen van dit fenomeen. Het proces van de vorming van een storm begint met een duidelijke verticale luchtbeweging.
Stormen: enkele voorbeelden
Hoewel er verschillende classificaties bestaan zullen we enkel rekening houden die een grote impact hebben op de getroffen gebieden.
Eléctricas/onweer
Zij hebben hun oorsprong in de vorming van cumuluswolken. Deze ontladingen zijn waarneembaar als een lichtflits – de bliksem – gevolgd door een scherp of dof rommelend geluid – de donder. Onweersbuien zijn wolken waarin een potentiaalverschil is opgebouwd door ladingscheiding. Over hoe die ladingscheiding tot stand komt, zijn verschillende theorieën, maar hierbij lijkt vooral vaste neerslag een belangrijke rol te spelen. Bij droog onweer is de neerslag verdampt voordat deze het aardoppervlak bereikt.
Unicelulares, multicelulares, supercelulares/Unicellulaire, multicellulaire en supercellulaire
Elk van deze bezit specifieke karakteristieken die betrekking hebben op de wijze waarop ze zich voordoen en hoe ze worden ontwikkeld. In het algemeen onderscheiden ze zich door de duurtijd, de lokalisatie en door de intensiteit.
De unicellulaire duren ongeveer een uur waarbinnen een moment van grote neerslag bestaat die snel afneemt. De multicellulaire zijn een mengeling van de voornoemde. In deze verschillende facetten en cellen worden de onweren vrijgegeven. Dan zijn er nog de supercellulaire, zij generen de sterkste onweersbuien van de drie en dat is dankzij het typische circuleren van de wind.
Tornados/Tornado’s
Tussen de cumuluswolken en de aarde is er een grote rotatie aan lucht met weinig horizontale uitbreiding. Ze bereiken een hoogte tot 10 km en ze komen enkel voor tussen de 20ste en de 50ste breedtegraad. Op het eerste zicht is het grijze stofwolk in een trechtervorm en die alles vernield op zijn weg, afhankelijk van de snelheid van zijn winden. Zij worden vergezeld door regenbuien, hagel en onweersbuien.
Trombas marina/waterhozen
Dit is een tornado boven het zeeoppervlak en zij duren meestal een half uur. Schepen worden dus het meest getroffen.
De arena o polvo/van zand of stof
Het is een groot aantal deeltjes die zich over de bodem bewegen aan een snelheid van meer dan 40 km. Zij komen voor in gebieden waar een lange tijd geen neerslag is gevallen. Op deze manier vergemakkelijkt de droge omgeving de beweging van zand en stof.
De nieve o de invierno/ van sneeuw in de winter
Zij omvatten matige en intense sneeuwval van meer dan 10 cm en de temperaturen dalen merkbaar. Deze stormen kunnen sterke winden, een neerslag van water of sneeuw opwekken.
De granizo/hagel
De neerslag van hagel, water in de vorm van ijs, komt vooral voor in streken met een gemiddelde breedtegraad. De grootte van de hagelbollen varieert tussen de 0,5 en de 2-3 cm. Er is sprake van grotere exemplaren maar die zijn eerder zeldzaam, het record staat op een hagelbon van 20 cm, die viel in Vivian, een plaats in South Dakota, USA.
5. Soorten bliksem
5.1 Wat is bliksem?
Bliksem is een elektrische ontlading in de atmosfeer die gepaard gaat met donder. De ontlading kan optreden doordat een groot potentiaalverschil is opgebouwd door ladingscheiding. Deze ladingscheiding kan optreden in onweersbuien, maar ook bij vulkanen.
Weerlicht is een lichtverschijnsel in of tegen een wolk, als gevolg van een bliksemontlading die door de aanwezigheid van wolken niet rechtstreeks kan worden waargenomen en waarvan de donder niet hoorbaar is door de grote afstand.
Er zijn verschillende vormen van bliksem, waarbij we drie hoofdsoorten kunnen onderscheiden:
- intrawolk
- wolk-wolk
- wolk-aarde
5.2 Bliksem: classificatie
Bliksem kan volgens de meteorologie onderscheiden worden in:
Rayo nube a tierra/bliksem wolk-aarde: Het is de tweede meest voorkomende maar wel de bekendste. Naast de bekendste is het ook de gevaarlijkste voor mensen en eigendommen omdat de ontlading op aarde gebeurt.
Rayo perla/parelsnoerbliksem: Deze bliksemsoort is heel erg zeldzaam. Wanneer een bliksem is opgebouwd uit verschillende stukjes noemt men hem een parelsnoerbliksem. Deze ziet er dus eigenlijk net zo uit als een parelsnoerketting. Deze bliksem komt alleen voor wanneer het heel erg hard regent.
Rayo Staccato: dit is een ander soort wolk-aarde bliksem maar deze bliksem is zeer kort van duur en het is meer een flash, zeer schitterend en zeer korte tijd.
Rayo tierra a nube/bliksem aarde – wolk: Se encuentra entre los rayos más raros ya que trata de un rayo ascendente entre la Tierra y una nube cumulonimbos. Se forma cuando los iones existentes en el aire cargados negativamente se encuentran con los de una nube cumulonimbos cargados positivamente. De esta manera, se produce un rayo a tierra, pero se dice que es de ascensión.
Rayo nube a nube/bliksem wolk – wolk: Dit is de meest voorkomende bliksem. Hierbij is de ene wolk positief geladen en de andere wolk negatief. Of de ontlading gaat van het positieve gedeelte bovenin, naar het negatieve gedeelte van de andere wolk onderin.
Plaats een reactie