De Vuursalamander (Salamandra salamandra) in Spanje, België en Nederland

Published by

on

  1. Algemeen
  2. Uiterlijke kenmerken
  3. Huidig verspreidingsgebied van de vuursalamander
  4. Habitat
  5. Nederland en België
  6. Voedsel
  7. Vijanden en verdediging
  8. Bedreiging en bescherming
  9. Handel in exotische dieren

1. Algemeen

De vuursalamander, ook wel gevlekte landsalamander of goudsalamander genoemd (Salamandra salamandra) is een landbewonende salamander die behoort tot de familie van de Salamandridae.

De vuursalamander is een van de grootste Europese amfibieën en heeft een onmiskenbaar kleurpatroon, een zwarte kleur met gele vlekken en strepen. De vuursalamander heeft een gedrongen bouw en de ronde staart is relatief kort. De afstekende kleuren dienen om andere dieren af te schrikken, het is een vrij giftige soort. Er zijn veertien ondersoorten die aan de hand van het verspreidingsgebied en de afwijkende kleuren en tekeningen kunnen worden onderscheiden.

Foto: de vuursalamander van Jerzy Opioła / GNU Free Documentation License

De ontwikkeling van de vuursalamander is bijzonder omdat geen eieren worden afgezet, maar deels ontwikkelde larven levend ter wereld worden gebracht. Soms komen ze zelfs volledig ontwikkeld ter wereld, wat uitzonderlijk is voor amfibieën. De vuursalamander komt voor in grote delen van Europa en leeft voornamelijk in beboste gebieden in relatief laaggelegen streken. Een ondersoort van de vuursalamander, Salamandra salamandra terrestris, komt ook voor in het zuiden van Nederland (Limburg) en in België.

2. Uiterlijke kenmerken

De vuursalamander is een opvallende soort door zijn kleuren die dienen om natuurlijke vijanden af te schrikken. Het gehele lichaam heeft een overwegend zwarte basiskleur en een tekening van heldere gele pigmentvlekken tot strepen die sterk afsteken tegen de zwarte grondkleur. Er is echter veel variatie en sommige exemplaren zijn eerder geel met zwarte vlekken of strepen en ook exemplaren die vrijwel zwart zijn met enkele vlekken of landkaarttekeningen komen voor, de vlekken zijn soms oranje tot rood van kleur. De buikzijde is grijs en minder duidelijk gevlekt dan de rugzijde. De eerste paar jaar na de metamorfose kan de tekening nog wat veranderen maar daarna blijft deze steeds hetzelfde, hierdoor zijn de salamanders individueel te herkennen. De oorklieren zijn altijd gekleurd zodat ze goed opvallen, deze nier-vormige en naar elkaar toe gekromde gifklieren hebben duidelijk zichtbare poriën waardoor het gif naar buiten stroomt als het dier zich bedreigd voelt. De huid is verder glad en heeft een glanzende en enigszins rubberachtige textuur die slijmerig aandoet maar niet zo aanvoelt.

De salamander heeft een vrij plompe bouw door het brede en ronde lichaam met een ronde staart die aan het einde is afgeplat. De staart heeft aan de onderzijde een lengtegroef en is duidelijk korter dan het lichaam, in tegenstelling tot de meeste Europese salamanders. De kop is groot en duidelijk afgesnoerd van het lichaam. Opvallend zijn de korte en stevige poten en kleine tenen wat een aanpassing is aan het leven op het land.

De vrouwtjes worden gemiddeld iets groter dan de mannetjes en behoorlijk zwaarder tot 50 gram, mannetjes blijven ongeveer 20 gram. Gedurende de voortplantingstijd hebben de mannetjes een sterk opgezwollen cloaca.

De gemiddelde lengte van een Midden-Europese vuursalamander van de kop tot het puntje van de staart is zo’n 14 tot 17 centimeter, maar sommige exemplaren kunnen een totale lichaamslengte van wel 23 cm bereiken. In het zuiden van het verspreidingsgebied komen grotere exemplaren voor, zo is een waarneming van een vuursalamander uit Zuid-Portugal bekend die een lengte had van meer dan 25 cm. Een salamander met een lengte van 19 centimeter kan een gewicht van 55 gram bereiken, zwangere vrouwtjes worden nog zwaarder. In Nederland blijft de salamander kleiner; de ondersoort die hier voorkomt wordt gemiddeld 16 centimeter, het langste exemplaar mat ruim 20 cm.

3. Huidig verspreidingsgebied van de vuursalamander

De vuursalamander komt voor in grote delen van centraal en oostelijk en in delen van zuidelijk Europa: Albanië, Andorra, België, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Kroatië, Liechtenstein, Luxemburg, Montenegro, Noord-Macedonië, Nederland, zuidelijk Oekraïne, Oostenrijk, zuidelijk Polen, Portugal, Roemenië, San Marino, Servië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Tsjechië en Zwitserland. De soort ontbreekt onder meer in  Scandinavië, Rusland en Groot-Brittannië.

Foto: verspreidingsgebied van de vuursalamander door Christian Fischer /  Creative Commons Attribution-Share Alike 3.0 Unported

De vuursalamander wordt gevonden van laaglanden op zeeniveau tot op een hoogte van 2150 meter boven zeeniveau in Tirol. De meeste exemplaren worden aangetroffen op een hoogte van 400 tot 700 meter boven zeeniveau.[6]

4. Habitat

De vuursalamander is een bewoner van bossen, voornamelijk loofbossen maar ook gemengde en soms ook naaldbossen. Het meest geschikt zijn koele, schaduwrijke en voedselrijke bossen, in het bijzonder matig vochtig wintereiken-beukenbossen. De salamander is al actief bij 10 graden boven nul en heeft een optimale temperatuur van ongeveer 15 tot 20 graden. In meer open gebieden zoals bergstreken wordt de salamander langs de begroeide oevers van wateren en in weilanden gevonden. De microhabitat bestaat uit de strooisellaag van bladeren, stukken schors, boomwortel en andere vochtige plaatsen als verlaten muizenholen, onder stenen, in en onder omgevallen boomstronken, in oude waterputten en in vochtige rotsspleten. Vuursalamanders graven zelf geen holen. De mens wordt niet geschuwd, in bewoonde gebieden worden natuurstenen muren gebruikt als schuilplaats.

5. Nederland en België

In Nederland komt de vuursalamander voor op de vochtigere overgangen van  essenbronbossen naar vochtig berken-zomereikenbos. Deze situatie is alleen aan te treffen in Zuid-Limburg, op de Maasdal-flanken nabij Bunde. Hier leeft de vuursalamander in de beekrijke hellingbossen. Deskundigen spreken ook van een zeer kleine (rest)populatie in de Achterhoek in vochtige beukenbossen. Onduidelijk is of daar sprake is van een relictpopulatie of dat er sprake is van recente migratie uit Duitsland. Enkele kilometers over de grens zijn in Duitsland nog vitale populaties aanwezig.

In België komt de vuursalamander vooral voor ten zuiden van de Samber en de Maas. In Vlaanderen zijn er nog populaties in de Vlaamse Ardennen, Vlaams-Brabant en de Voerstreek. Ook in het Hallerbos, het Meerdaalwoud en het Zoniënwoud komt de salamander voor. Op de Rodeberg bij Westouter is de salamander sinds de jaren 70 niet meer gezien. Aan de Franse kant van Westouter (de Zwarteberg) zijn nog populaties bekend. Er worden inspanningen gedaan om een herkolonisatie van de Vlaamse kant teweeg te brengen door beboste verbindingszones aan te leggen en exemplaren uit andere gebieden te introduceren.

6. Voedsel

Het voedsel van een volwassen vuursalamander verschilt van dat van een jonger exemplaar en bestaat uit kleine tot middelgrote ongewervelden. Voornamelijk landbewonende slakken worden gegeten en dan vooral naaktslakken behorend tot het geslacht Arion zoals de gewone wegslak. Er is beschreven dat de salamander de slakken bij hun favoriete voedsel (paddenstoelen) opwacht en verslindt. Daarnaast hebben regenwormen een grote voorkeur. Prooien worden altijd in één keer verslonden.

Ook sommige geleedpotigen en de larven staan op het menu maar dit zijn altijd de wat tragere soorten omdat de salamander niet zo snel is. Voorbeelden zijn miljoenpoten, spinnen, pissebedden en rupsen.

Net als andere salamanders is de vuursalamander in het bezit van een zogenaamde schiettong die razendsnel naar buiten wordt gestoken en de prooi vastgrijpt en in de bek trekt. Vaak wordt een prooi ook gegrepen door het lichaam snel naar voren te bewegen in een springende beweging. Als de prooi eenmaal in de bek zit wordt deze door kleine tandjes in de onder- en bovenkaak en verhemelte vastgehouden en met schrokkende lichaamsbewegingen in de keel gebracht en doorgeslikt. Zowel de mond, tong als keel bevatten smaakpapillen.

Larven foerageren voornamelijk overdag en leven in het eerste levensjaar hoofdzakelijk van kleine kreeftachtigen zoals de watervlo. In het tweede levensjaar worden zoetwatervlokreeftjes het belangrijkst als basisvoedsel. In het derde levensjaar, het subadulte stadium, schakelt de vuursalamander direct over op wormen en naaktslakken. Bij voedselgebrek worden de larven kannibalistisch en eten elkaar op. Ook de larven van bruine kikkers en alpenwatersalamanders, die vaak in dezelfde watertjes aangetroffen kunnen worden, worden als voedsel beschouwd.

7. Vijanden en verdediging

Er is niet veel bekend over natuurlijke vijanden van de volwassen vuursalamander. Oudere exemplaren zijn waarschijnlijk te giftig om door andere dieren gegeten te worden. Vermoed wordt dat de salamander steeds giftiger wordt naarmate het dier ouder wordt of dat het gif steeds smeriger wordt. De vuursalamander kent een verdedigingshouding waarbij het dier hoog op de poten gaat staan en de rug wordt gekromd. Ook wordt de kop omlaag gehouden, zodat de gifklieren goed zichtbaar zijn. Volwassen vuursalamanders kunnen hun gif tot wel twee meter ver spuwen.

Gevallen met zowel huisdieren als met dieren uit dierentuinen hebben aangetoond dat consumptie van de vuursalamander dodelijk kan zijn. Jongere exemplaren zijn nog niet zo giftig en worden met name gegeten door loopkevers (Carabidae) – vooral de paarse loopkever en de gekorrelde veldloopkever. Deze loopkevers vreten de salamanderlarven op vanaf de buik, waarna uiteindelijk alleen delen van de kop, staart en rug overblijven.

De larven worden daarnaast belaagd door vissen zoals de beekforel, bronforel en rivierdonderpad, aquatische waterinsecten zoals libellenlarven van de gewone bronlibel en de zuidelijke bronlibel, verschillende waterkevers en de waterspitsmuis. Deze waterdieren vormen vooral een gevaar wanneer de larven door het stroom neerwaarts drijven en in dieper water belanden.

De belangrijkste verdediging is het schuwe gedrag; de salamander verschuilt zich een groot deel van zijn leven. Als een vijand toch een vuursalamander ontdekt wordt deze vaak afgeschrikt door de schrikkleur van de huid.

De vuursalamander scheidt bij bedreiging een vloeistof uit door de parotoïden en de huidklieren. De parotoïden of oorklieren zijn de grootste en belangrijkste gifklieren.

De afscheiding is zeer giftig voor gewervelden en veroorzaakt spiercontracties en een hoge bloeddruk en kan bij de mens bij orale opname hallucinaties veroorzaken. Bij onderzoekers is bekend dat de verbinding hevige pijnen kan veroorzaken wanneer het in de ogen terechtkomt.

Een bijzonderheid is dat de salamander het gif uit de huidklieren kan persen en het zo naar een belager kan spuiten. Dit heeft als voordeel dat een vijand al voor een aanval met het gif in aanraking komt en zal vluchten. Hiermee voorkomt de salamander dat een vijand pas na een beet vergiftigd wordt en loslaat waarbij de salamander gewond kan raken.

8. Bedreiging en bescherming

In Nederland en België is de vuursalamander een beschermde soort, de salamander is zeldzaam en komt op slechts enkele plaatsen voor. Belangrijke bedreigingen voor de vuursalamander in Europa zijn aantasting van de habitat zoals verstoring van loofbossen en het aanplanten van naaldbossen. Het aanleggen van verkeerswegen heeft een negatieve impact op amfibieën omdat populaties elkaar moeilijker bereiken. In gebieden waar vuursalamanders algemeen zijn worden jaarlijks vele exemplaren door auto’s dood gereden. Ook veranderingen in het oppervlaktewater waarin de larven zich ontwikkelen spelen een rol. Voorbeelden zijn watervervuiling en de kweek van forellen in bergbeken; deze vissen eten de larven op. Een specifieke bedreiging van de Nederlandse populaties is het verdwijnen van bronbeekjes door verdroging waardoor de salamander zich niet meer kan voortplanten.

Hoewel de populaties in Nederland klein waren ging deze niet achteruit. Vanaf 2008 is dit echter veranderd; tijdens excursies werden steeds vaker dode vuursalamanders gevonden waar tot voor kort geen duidelijke verklaring voor was. In 2010 werd een sterke achteruitgang gemeten met nog slechts 4% van de populatie in leven in 2013. De oorzaak hiervan bleek een, voor de wetenschap nieuwe, schimmel te zijn; Batrachochytrium salamandrivorans. Uit tests in laboratoria is gebleken dat slechts 10-17 dagen nadat de vuursalamander hiermee in contact komt, deze komt te overlijden. Diverse acties en onderzoeken zijn opgezet om het uitsterven van de specifieke soort vuursalamander die in Nederland voorkomt, Salamandra salamandra terrestris, tegen te gaan. Het wordt echter gevreesd dat deze schimmel zich niet zal beperken tot de vuursalamanders in Nederland maar uit kan groeien tot een ramp onder de amfibieën zoals Batrachochytrium dendrobatidis dit al eerder heeft veroorzaakt met het uitsterven van ten minste 200 soorten amfibieën wereldwijd. Op grond van recent internationaal onderzoek wordt ervan uitgegaan dat de gevreesde schimmel afkomstig is uit Azië en dat hij via de dierenhandel naar Europa is gekomen.

In andere delen van Europa is de vuursalamander echter minder zeldzaam. In het noorden van de Pyreneeën worden bij een telling van twee proefvlakken 294 en 390 exemplaren per hectare gevonden, in een populatie in Westfalen (Duitsland) werd een aantal van 317 exemplaren vastgesteld. Er zijn ook populaties bekend die sterk bedreigd worden zoals die rond de Spaanse stad Oviedo waar de salamander te lijden heeft gehad onder stadsuitbreidingen.

9. Handel in exotische dieren

De vuursalamander wordt wel in een terrarium gehouden als huisdier. Het is een van de grootste en bontst gekleurde Europese salamanders en wordt beschouwd als bijzonder decoratief. De salamander is daardoor wereldwijd zeer populair als huisdier in het terrarium. Vanwege de voorkeur voor wat koelere omgevingen is het aanschaffen van warmte-apparatuur niet nodig. Het is bovendien een rustige en trage soort die niet snel gestrest raakt. De salamander kan gevoerd worden met wormen, landslakken en kleine ongewervelden.

In Nederland is de vangst van de salamander verboden maar in het buitenland gelden soms andere regels of is er minder aandacht voor handhaving op stroperij. De vuursalamander is in een deel van zijn areaal beschermd en mag niet worden gevangen. Sinds 1 januari 2017 is het nu legaal in Nederland om alle soorten vuursalamanders te houden, op voorwaarde dat ze in gevangenschap zijn gefokt en het bewijs hiervan kan worden getoond.

Plaats een reactie