- Algemeen
- Cantabrische adder (Vipera seoanei)
- Wipneusadder (Vipera latastei)
- Aspisadder (Vipera aspis)
- De mutsslang (Macroprotodon cucullatus)
- De adder of de gewone adder (Vipera berus)
- De hagedisslang (Malpolon monspessulanus)
- De beet van een giftige slang
1. Algemeen
Hoor je iemand roepen “serpiente”, kijk dan waar je je voeten zet.
Er zijn veel slangen in Spanje, maar er zijn maar 6 giftige soorten, de meeste vind men in de heuvels, bergen en bosgebieden. De gevaarlijkste periode van het jaar is in de lente en de zomer, in de herfst en in de winter gaan of zijn ze in hun winterslaap.
In het algemeen, ziet men niet zoveel slangen (tenzij u gaat wandelen in de heuvels en in de bergen) en nog minder mensen worden er door gebeten.
1.1 Berekening
De Spaanse bevolking is met 40.000.000 en groeit elk jaar tot 80.000.000 in de zomermaanden door de toeristen.
In gans Europa zijn er jaarlijks 50 doden door slangen, daarvan zijn er 3 tot 6 in Spanje. Van deze 3 tot 6 zijn er dan nog 1 tot 3 in Catalonië.
1.2 Resultaat
De voorgaande feiten geven u een kans van 1 op 13.300.000 op een slangenbeet. Dood door een bijen- of wespensteek is waarschijnlijker.
Hierna komen de 6 giftige slangen of adders aan de beurt, met foto.
2. Cantabrische adder (Vipera seoanei)
Deze slang leeft in Galicië, Léon, de Cantabrische kuststreek, het Baskenland en het uiterste zuidwesten van Frankrijk. Deze slang is gevaarlijk. De slang kan 75 cm lang worden maar meestal is ze kleiner.

De foto van deze adder toont slechts een van de verschillende patronen die kunnen voorkomen.
Het patroon op zijn lijf kan verschillende vormen aannemen:
- hij kan een bruin zig zag patroon hebben met een beige of licht-beige rug
- egaal bruin zonder patroon
- gefragmenteerd zig zag patroon
- 2 lijnig patroon
3. Wipneusadder (Vipera latastei)
De maximale lengte is ongeveer 75 cm maar de meeste exemplaren blijven kleiner. De adder heeft een driehoekige kop met de voor deze soort kenmerkende zachte omhoogstaande “hoorn” op de neus.

Verder is de slang te herkennen aan het typische vlekkenpatroon, dat op de staart en voorzijde lijkt op een dikke, golvende streep maar er op het midden uitziet als een onevenwijdige vlektekening. Vlekken die niet precies naast elkaar liggen maar een verschuiving vertonen.
Ook op de flanken zitten deze vlekken en de buik is meestal wit tot geel, de basiskleur is grijs tot bruin met altijd een donkere vlektekening die variabel is.
Zelfs de pasgeboren jongen zijn al giftig.
Hij komt voor in het zuid westen van Spanje en Portugal en noord westelijk Noord-Afrika.
4. Aspisadder (Vipera aspis)
Een bijzonder giftige adder. De kleur is grijsbruin tot roodbruin met meestal smalle donkere strepen op de rug die soms neigen naar een V-vorm.

Achter het oog zit een lange donkere vlek met daaronder een witte streep, ook de buik en keel zijn wit.
Een echte punt op de neus heeft deze soort niet, wel bredere opstaande randschubben waaraan de soort het best te herkennen is. De staart is kort, vooral bij de mannetjes die ook meer afstekende kleuren hebben dan de vrouwtjes.
Zijn aanwezigheid in Spanje zou beperkt zijn tot de Pyreneeën.
De aspisadder is giftig. Dit gif wordt gebruikt om de prooi te doden en deze in één keer door te slikken. Het gif breekt weefsels af en vernietigt de bloedcellen.
Is men gebeten, zoek dan onmiddellijk een dokter.
5. De mutsslang (Macroprotodon cucullatus)
De soort is te herkennen aan de zwarte vlek in de nek, waaraan de Nederlandse naam te danken is.

Het lichaam is 60 cm, grijsbruin met kleine zwarte vlekjes op de rug en een donkere tekening op de snuit.
De buik is vaak oranjerood of bruin en de onderkant van de staart wit met meestal een dambord-achtig motief. Deze slang heeft strepen op de wangen en een verticale pupil.
Hij leeft in zuidelijk Spanje waar hij een droge en warme biotoop zoals verstuivingen of open plekken in het bos verkiest. Het voedsel bestaat voornamelijk uit hagedissen, maar ook kleine knaagdieren en vogels worden bejaagd. Het is een typisch nachtdier dat overdag tussen muren en onder stenen schuilt en bij de schemering op pad gaat.
Zij zijn giftig, alhoewel het gif niet zeer sterk is, deze slang zal altijd proberen te vluchten.
6. De adder of de gewone adder (Vipera berus)
Deze is aanwezig in de meeste delen van Europa, inclusief Spanje.. De adder bereikt een lengte van ongeveer 60 cm en heeft een relatief dik lichaam. De slang heeft een kenmerkende zigzag-tekening op de rug en heeft een driehoekige kop.

Mannetjes zijn contrastrijker en hebben ook een zwartere rugstreep. Opvallend is ook de grote variatie in kleur. Adders kunnen groen, bruin, blauwgrijs, roodbruin of zwart zijn ook de ogen kunnen goudkleurig, rood of groen zijn.
Een adder zal een mens alleen aanvallen als hij zich bedreigd voelt. Bij een beet wordt ook gif ingespoten, het gif dient dus zowel om prooien te doden bij de jacht als voor de verdediging.
Zijn beet is pijnlijk en gevaarlijk, speciaal voor kleine kinderen en ouderen. De beet kan fataal zijn zijn voor personen met een zwakke gezondheid. Is men gebeten, zoek dan onmiddellijk een dokter.
7. De hagedisslang (Malpolon monspessulanus)
Deze slang wordt maximaal 2 meter lang, in het veld blijven de meeste exemplaren kleiner.

Deze soort is eenvoudig te herkennen aan de ‘frons’; de uitstekende rand boven de ogen die de kop iets draakachtigs geeft.
Ook de snuitpunt is meer omhoog gericht dan bij andere slangen. Het lichaam is vrij breed en heeft grote, gelijkmatige schubben en een meestal egaal groene tot bruine kleur met een gele of witte buik.
De hagedisslang is giftig en heeft twee giftanden achter in de bovenkaak. Bij verstoring sist de slang. Hoewel het een giftige soort is, zal hij eerst proberen te vluchten in plaats van bijten.
Het gif is niet zo sterk en de tanden zijn niet geschikt om mensen te bijten waardoor men er in de regel slechts rode plekken en zwellingen aan overhoudt.
De Engelsen noemen dit dier de Montpellier Snake.
8. De beet van een giftige slang
8.1 Slangengif
Slangengif wordt geproduceerd in gemodificeerde parotisklieren die normaal gesproken verantwoordelijk zijn voor de speekselafscheiding. Het wordt opgeslagen in structuren die alveoli worden genoemd, achter de ogen van het dier, en wordt vrijwillig door zijn buisvormige hoektanden gedreven. Gif bestaat uit honderden tot duizenden verschillende eiwitten en enzymen, die verschillende doeleinden dienen, zoals het verstoren van het hartsysteem van een prooi of het vergroten van de weefselpermeabiliteit, zodat het gif sneller wordt opgenomen.
Het gif van veel slangen, zoals pitadders, tast vrijwel alle orgaansystemen van het menselijk lichaam aan en kan een combinatie zijn van veel verschillende gifstoffen, waaronder cytotoxinen, hemotoxinen, neurotoxinen en myotoxinen, wat resulteert in een grote verscheidenheid aan symptomen.
De kracht van het gif, gemeten aan de hand van de gemiddelde dodelijke dosis (LD50) bij muizen,– verschilt aanzienlijk tussen soorten en zelfs nog meer tussen families. De variatie van de subcutane LD50 is meer dan 140 maal zo groot bij elapids en meer dan 100 maal zo groot bij adders. De hoeveelheid afgegeven gif verschilt ook per soort, waarbij de Gaboon-adder in één enkele hap 450-600 milligram gif kan injecteren, een grotere hoeveelheid dan welke andere giftige slang dan ook.
Colubrids hebben een gif dat varieert van dodelijk (in het geval van de boomslang) tot nauwelijks waarneembaar (zoals bij slangen van het geslacht Tantilla).
8.2 Preventie
Slangen bijten eerder als ze zich bedreigd, bang of geprovoceerd voelen, of als ze niet kunnen ontsnappen als ze in het nauw worden gedreven. Een ontmoeting met een slang is altijd gevaarlijk en het wordt aanbevolen om er vanaf te blijven. Er is geen praktische manier om welke slangensoort dan ook met zekerheid te identificeren, omdat hun uiterlijk dramatisch kan variëren.
Stampen tijdens het wandelen in de natuur zorgt voor geluid en trillingen in de grond, waardoor slangen vaak het gebied ontvluchten. Bij een directe ontmoeting kun je het beste stil en bewegingloos blijven. Als de slang nog niet is gevlucht, is het belangrijk om langzaam en voorzichtig weg te lopen.
Bij deelname aan kampeeractiviteiten, zoals ’s nachts brandhout verzamelen, kan het gebruik van een zaklamp nuttig zijn. Slangen kunnen ook ongewoon actief zijn tijdens warme nachten, vooral als de omgevingstemperatuur hoger is dan 21°C. Het is raadzaam om niet blindelings uw handen in holle boomstammen te steken, om grote rotsen heen te gaan of verlaten hutten of andere mogelijke schuilplaatsen voor slangen binnen te gaan. Bij het klimmen is het niet veilig om richels en spleten vast te pakken zonder ze eerst te onderzoeken, aangezien slangen ectotherm zijn en zich vaak op stenen richels koesteren.
Het is ook belangrijk om slangen te vermijden die dood lijken, omdat sommige soorten op hun rug kunnen rollen en hun tong kunnen uitsteken om potentiële bedreigingen voor de gek te houden. Zelfs de losse kop van een slang kan reflexmatig handelen en kan bijten. De geïnduceerde beet kan zo ernstig zijn als die van een levende slang. Dode slangen kunnen de hoeveelheid gif die ze injecteren niet regelen, dus een beet van een dode slang heeft de neiging een grote hoeveelheid gif af te geven.
8.3 Behandeling
Het is geen gemakkelijke taak om te bepalen of een slangenbeet levensbedreigend is. Een beet van de Noord-Amerikaanse koperkop op de enkel is bijvoorbeeld over het algemeen een matige verwonding voor een gezonde volwassene, maar een beet van dezelfde slang op de buik of het gezicht van een kind kan dodelijk zijn. De uitkomst van alle slangenbeten hangt af van een groot aantal factoren: de grootte, fysieke conditie en temperatuur van de slang, de leeftijd en fysieke conditie van het slachtoffer, het gebied en het lichaamsweefsel waarin gebeten is (bijvoorbeeld de voeten, romp, ader of spier). , de hoeveelheid geïnjecteerd gif, de tijd die nodig is voordat de behandeling wordt gestart en ten slotte de kwaliteit van de behandeling.
8.4 Identificatie van de slang
Identificatie van de slang is belangrijk bij de behandelingsplanning in bepaalde delen van de wereld, maar is niet altijd mogelijk. Idealiter zou de dode slang samen met het slachtoffer moeten worden meegenomen, hoewel in gebieden waar slangenbeten vaker voorkomen, lokale kennis voldoende kan zijn om de slang te identificeren. In regio’s waar multivalente tegengifsera beschikbaar zijn, heeft de identificatie van slangen echter geen hoge prioriteit. Het wordt over het algemeen niet aanbevolen om te proberen de betrokken slang in de val te lokken of te doden, vanwege het risico op hervergiftiging of het risico op een tweede slachtoffer.
De drie soorten giftige slangen die de grootste klinische problemen veroorzaken zijn adders, kraits en cobra’s. Kennis van de soorten die in de omgeving worden aangetroffen, kan van cruciaal belang zijn, evenals kennis van de typische tekenen en symptomen van vergiftiging door elk type slang. Het is mogelijk om een coresysteem te gebruiken om te proberen de slang die verantwoordelijk is voor de beet te bepalen op basis van klinische kenmerken, maar deze scoresystemen zijn zeer specifiek voor bepaalde geografische gebieden.
8.5 E.H.B.O.
Aanbevelingen voor eerste hulp bij slangenbeten variëren, deels omdat verschillende slangen verschillende soorten gif hebben. Sommige soorten gif hebben weinig lokaal effect, maar systemische effecten die mogelijk fataal kunnen zijn. In dat geval is het wenselijk om het gif in de buurt van de beet te houden door middel van drukimmobilisatie. Andere gifstoffen veroorzaken plaatselijke schade aan de weefsels rond het bijtgebied, en drukimmobilisatie kan de ernst van de schade in dit gebied vergroten, hoewel het ook het totale aangetaste oppervlak kan verkleinen. Het blijft een punt van discussie of de voordelen voldoende compensatie zijn voor de nadelen. Omdat slangen van land tot land verschillen, variëren ook de eerste hulpmethoden. Er bestaat echter consensus in de meeste EHBO-richtlijnen over de volgende maatregelen:
1. Bescherm de persoon en anderen tegen extra beten. Hoewel identificatie van de slangensoort in bepaalde regio’s wenselijk is, wordt het niet aanbevolen om te proberen de slang te vangen of te doden en het risico te lopen op extra beten of het vertragen van de juiste medische behandeling.
2. Houd de persoon kalm. De acute stressreactie verhoogt de bloedstroom en brengt de persoon in gevaar. Paniek is besmettelijk en beïnvloedt het goede beoordelingsvermogen.
3. Vraag om hulp bij het regelen van vervoer naar de dichtstbijzijnde spoedeisende hulp van het ziekenhuis, waar vaak tegengif serums verkrijgbaar zijn voor slangen die in het gebied voorkomen.
4. Zorg ervoor dat u de gebeten ledemaat in een functionele positie houdt en onder het niveau van het hart van het slachtoffer, om de bloedstroom terug naar het hart en andere organen van het lichaam te minimaliseren.
5. Geef het slachtoffer niets te eten of te drinken. Dit is vooral belangrijk bij het drinken van alcohol, een bekende vasodilatator, die de opname van het gif versnelt. Dien geen stimulerende middelen of pijnstillers toe aan het slachtoffer, tenzij specifiek voorgeschreven door een arts.
6. Verwijder alle voorwerpen of kledingstukken die op het gebeten ledemaat kunnen drukken als het opzwelt (ringen, armbanden, horloges, schoenen, enz.).
7. Houd de persoon zo stil mogelijk.
8. Maak geen incisies op de bijtplaats.
9. Cauteriseer de wond met een 5% waterige kaliumpermanganaat oplossing, of met jodiumtinctuur of goudchloride-oplossing. Cauterisatie (Cauterisatie is het verbranden van weefsels om een deel ervan te verwijderen of af te sluiten). van de beet dient om gangreen te voorkomen.
Plaats een reactie